Gods woorden ‘Gods uitspraken aan het hele universum De negentiende uitspraak’

16-10-2019

Gods woorden 'Gods uitspraken aan het hele universum De negentiende uitspraak' | Nederlands 

Almachtige God zegt: "Als er in het oosten een zacht licht begint te gloren richten alle mensen in het hele universum voor de gelegenheid hun aandacht op het licht in het oosten. Ze zijn niet meer in slaap ondergedompeld, de mensheid gaat eropuit om de bron van het licht uit het oosten te bekijken, maar door haar beperkte macht kan niemand zien waar het licht vandaan komt. Als alles in het hele universum volledig verlicht is zal de mens uit zijn slaap en dromen ontwaken en dan pas zal hij zich realiseren dat mijn dag langzaam aanbreekt in de wereld. De hele mensheid viert de komst van het licht, en ligt daarom niet meer vast te slapen en is niet meer bewusteloos. In de schittering van mijn licht denkt en ziet de hele mensheid helder en wordt zich plotseling bewust van het genoegen van het leven. Bedekt door een verhullende mist kijk ik over de mensheid uit. De dieren zijn allemaal rustig. Omdat er in het oosten een zacht licht begint te gloren is de hele schepping zich bewust van het naderende nieuwe leven. Daarom komen alle dieren uit hun holen gekropen en gaan op zoek naar eten. Natuurlijk vormen de planten geen uitzondering, en in de schittering van het licht glinsteren de groene blaadjes met een flonkerende glans. Ze zijn klaar om hun eigen gedeelte aan mij toe te wijden als ik op aarde ben. Alle mensen hopen dat het licht komt, en toch vrezen ze de komst, bang als ze zijn dat ze niet meer kunnen verbergen hoe lelijk ze zijn, want de mens is poedelnaakt en onbedekt. Hoeveel mensen zijn er niet in paniek geraakt door het aankomende licht en geshockeerd omdat het licht is verschenen? Hoeveel mensen zijn er niet door grenzeloze wroeging overvallen nu ze het licht zien, vol afschuw over hun eigen onzuiverheid maar machteloos het voldongen feit te veranderen, en zij kunnen slechts wachten tot ik een vonnis vel. Hoeveel mensen zijn er niet plotseling geraakt door de diepe betekenis van het licht dat ze zien, nu ze gelouterd zijn door hun lijden in de duisternis en houden het licht vanaf dat moment stevig tegen zich aan uit angst om het weer te verliezen? Hoeveel mensen zijn er niet die in plaats van uit het veld geslagen te zijn door het plotseling verschijnen van het licht, gewoon hun dagelijkse werkzaamheden oppakken, omdat ze al vele jaren blind zijn en dus niet merken dat het licht gekomen is en er ook niet blij mee zijn. In het hart van de mens sta ik niet hoog of laag aangeschreven. Het maakt de mens niet uit, het laat hem onverschillig of ik besta of niet, alsof zijn leven niet eenzamer zou zijn als ik niet bestond, of juist prettiger als ik wel besta. Mensen koesteren mij niet, er is maar weinig vreugde die ik hen bied. Maar zodra de mensheid mij ook maar een greintje verering toont, verander ook ik mijn houding ten opzichte van de mensheid. Daarom zal de mens pas als hij deze wet begrijpt zo gelukkig zijn dat hij zich aan mij kan wijden en naar de dingen zal vragen die ik in mijn hand houd. De liefde van de mens voor mij is toch zeker niet alleen verbonden met zijn eigen belang? Zijn geloof in mij is toch zeker niet alleen verbonden met de dingen die ik geef? Kan het zijn dat hij alleen in staat is mij oprecht lief te hebben door zijn geloof als hij mijn licht ziet? De kracht en energie van de mens kunnen toch niet echt beperkt zijn tot de huidige omstandigheden? Kan de mens misschien moed nodig hebben om mij lief te hebben?

Omdat de talloze schepselen op mijn bestaan vertrouwen, onderwerpen ze zich gehoorzaam op de plaats waar ze leven en laten ze zich niet gaan in wellustige ongeremdheid als ze niet door mij worden gedisciplineerd. Daarom vormen de bergen de grens tussen de naties in het land, vormen de wateren een barrière tussen landen om mensen uit elkaar te houden, en wordt de lucht hetgeen van mens tot mens stroomt in de ruimte op aarde. Alleen de mensheid is niet in staat om waarlijk de eisen van mijn wil te gehoorzamen; het is daarom dat ik zeg dat in de hele schepping alleen de mens tot de categorie van de ongehoorzamen behoort. De mens heeft zich nooit echt aan mij onderworpen, daarom heb ik hem al die tijd onder strakke discipline gehouden. Als ik onder de mensen ben en mijn glorie zich over het hele universum uit zou strekken, zou ik zeker al mijn glorie nemen en zichtbaar maken. De mens is bezoedeld en daarom is hij niet geschikt mijn glorie te zien. Duizenden jaren lang ben ik niet in het openbaar getreden maar verborgen gebleven. Daarom is mijn glorie nooit zichtbaar geweest voor de mensheid en is de mens altijd in de diepe ravijn van de zonde verzonken geweest. Ik heb de mensheid haar onrechtvaardigheid vergeven, maar de mensen weten niet hoe ze zichzelf moeten beschermen. In plaats daarvan stellen ze zichzelf altijd open voor de zonde en staan de zonde toe hen te verwonden. Is dit niet het gebrek aan zelfrespect en eigenliefde van de mens? Is er onder de mensen maar één die echt weet lief te hebben? Hoeveel kan de toewijding van de mens wegen? Zijn er geen vervalste zaken door zijn zogenaamde authenticiteit gemengd? Is zijn toewijding niet een totale mengelmoes? Wat ik eis is de onverdeelde liefde van de mens. De mens kent mij niet, en hij is wel op zoek naar mij maar weigert mij zijn ware en vurige hart te geven. Ik vorder niet van de mens wat hij niet wil geven. Als hij mij zijn toewijding geeft, aanvaard ik die zonder beleefd protest. Maar als hij mij niet vertrouwt en zelfs geen jota voor mij wil opofferen, dan ontdoe ik mij liever gewoon van hem op een andere manier en stuur ik hem naar het huis waar hij past dan dat ik hierdoor nog meer geërgerd raak. Donder en bliksem razen rollend door de lucht en vellen de mens; de hoge bergen vallen om en bedelven de mens; de wilde dieren verslinden hem hongerig; de oceanen sluiten hun hoge golven boven zijn hoofd. Terwijl de mensen hun broeders in conflict ombrengen zijn alle mensen op zoek naar hun eigen ondergang in de rampspoed die uit hun midden ontstaat. "

De bijbelteksten zijn ontleend aan de Nieuwe Bijbelvertaling © 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap. www.debijbel.nl 

Mogelijk vindt u dit ook interessant: 'Gebed God

uit 'De Kerk van Almachtige God' 

Share
© 2018 De kerk van Almachtige God kennen leren. Alle rechten voorbehouden.
Mogelijk gemaakt door Webnode
Maak een gratis website. Deze website werd gemaakt met Webnode. Maak jouw eigen website vandaag nog gratis! Begin